Ieder jaar wordt er in Nederland een nieuw woord uitgeroepen tot Woord van het Jaar. Eigenlijk meerdere. Veelal zijn het zelfstandig naamwoorden, maar werkwoorden worden ook geroemd. Een greep uit de winnaars van eerdere edities kan ik je natuurlijk niet onthouden.

Voorgaande jaren

In 2014 was het Woord van het Jaar dagobertducktaks (een woord dat ik het hele jaar overigens nooit heb gehoord), 2013 bracht ons selfie (daar hebben we nog steeds plezier van, toch?), in 2012 ‘ontstond’ de plofkip (tegenwoordig veelgehoord) en YOLO (zeg dat maar tegen die plofkip; en oké, dat was in Duitsland, maar hier had-ie ook kunnen scoren), 2011 was blijkbaar het jaar van wildbreien (benieuwd of je daar ook een bekeuring voor kunt krijgen), 2010: googleganger en 2009: twitteren en ontvrienden (ja, dat laatste houdt velen bezig).

Het woord van 2015 zal pas eind december bekend worden gemaakt en daarom voor de vakantievierende, werk- of studieontwijkende, verveelde of nieuwsgierige mensen – dus eigenlijk voor iedereen – hier tien werkwoorden die wij tegenwoordig gebruiken, maar die tot een aantal jaar terug nog niet bestonden (en die voor de oudere generaties in Nederland waarschijnlijk nog altijd abracadabra zijn).

  1. Appen: of WhatsAppen. Ik app, jij appt, wij appen, ik appte, hij heeft geappt – of niet en dan kunnen er nog wel eens boze gezichtjes ontstaan, vooral als de ‘negeerder’ wel twee blauwe vinkjes heeft achtergelaten… hij las, hij negeerde… Jong en oud doet het: appen en ignoreren.
  2. Googelen: “Dat moet je even googelen!” de Google-zoekmachine tovert werkelijk alle antwoorden uit zijn hoge hoed. Ik googel, jij googelt, hij googelde, zij hebben gegoogeld.
  3. Facebooken: bestaat al weer wat jaar, maar het blijft een ding. Jij facebookt, hij facebookte, ik heb gefacebookt (tot vervelends aan toe, soms word ik gek van Facebook!).
  4. Twitter: ik twitter, jij twittert… heel veel mensen twitteren ook niet…
  5. Skypen: de uitkomst – samen met eigenlijk alle mogelijkheden om te praten via internet – om mensen die je mist te zien en spreken waar op de wereld je ook uithangt. Ik skype, jij skypet, zij skypen, wij hebben geskypet en waren weer even samen.
  6. Tinderen: zo ongeveer de applicatie van 2014. Ik tinder (not, nee echt niet), zij tindert, wij tinderden en kregen een relatie. Zo gaat dat anno 2015.
  7. YouTuben: op YouTube vind je vele liedjes en filmpjes en het brengt mogelijkheden om bekendheid te vergaderen, of om jezelf voor het blok te zetten natuurlijk (bedoeld of onbedoeld). Ik YouTube, maar alleen als toeschouwer…
  8. Happening: een nieuwe, vermakelijke, verslavende applicatie. Zal hier een werkwoord van te maken zijn? Ik happen, jij happent, wij happenen, it happened: ik was bottom rank bij de best dressed-vraag (echt).
  9. Snappen: ik snapp, jij snappt, wij snappen, wij hebben gesnappt. Snap je het nog? Ik heb het over Snapchat.
  10. John-Coffeyen: Ik John-Coffey, zij John-Coffeyen, hij heeft geJohn-Coffeyed: hij ving iets met swag (helaas geen werkwoord). John-Coffeyen bestaat natuurlijk niet, maar het was wel een heel korte hype op televisie! Jeetje, jeetje. Ik kan ook vangen hoor!

Met dank aan Marlijn